zaterdag 30 juni 2007

De troost van het sprookje

Het geeft een heerlijk, voldaan gevoel om te verdrinken in een goeie film met beeldschone mensen die altijd precies het juiste zeggen op het juiste moment, en met wie het - hoe groot de uitdagingen ook zijn - helemaal goed afloopt. En dat liefst in een magische wereld die zo anders is dan die van ons.

Het zien van dit alles levert een oud gevoel op, zoals je had wanneer er vroeger spannende verhalen aan je werden voorgelezen. Het is een gevoel van geborgenheid, spanning, even weg van de dreiging van het alledaagse. Het geeft een vreemd soort vervulling en troost, te kunnen geloven dat de wereld zo magisch en rechtvaardig in elkaar zit.

Maar we weten dat het niet zo is. De wereld is mooi, maar ook lelijk. Er is niet altijd een goede afloop. De 'slechten' zijn niet alleen maar slecht, en verliezen niet altijd, en de 'goeden' zijn niet alleen maar goed, en winnen niet altijd. Dus is er veel complexiteit en onduidelijkheid, verwarring, ambivalentie. Als je tenminste goed kijkt.

Je kunt, als je wilt, al die ambivalentie een plek geven. Een speciale betekenis die alles weer goed maakt. Dat heet magisch denken. Je ziet het veel: Het vaste geloof in de goede afloop, en als het niet goed afloopt het vertrouwen dat het slachtoffer het aan zichzelf te wijten had. Het geloof in geesten en engelen om de dood te verzachten. Het zogenaamd spirituele denken over synchroniciteit, bijzondere betekenissen, tekens die je krijgt van het hogere. Zulke beelden, gedachten en geloofsovertuigingen bieden dezelfde troost als het oude gevoel van het sprookje voor het slapengaan.

Geloof ik dan niet dat er meer is dan het concrete? Zeg ik dan dat synchroniciteit hokus pokus is? Geloof ik dan niet in een diepere betekenis van je leven? Jawel. Maar ik geloof ook dat er veel pijn en leed is, die niet zomaar oplost. Dat een happy end niet is gegarandeerd. Dat de betekenis van sommige gebeurtenissen nooit duidelijk wordt. Dat je in essentie alleen bent. Dat je nu leeft en straks dood bent. Dat over 100 jaar bijna niemand meer weet dat je ooit bestaan hebt. Dat sprookjes onwaar zijn.

Ik leg me toe op persoonlijke ontwikkeling omdat er voor mij maar één weg is naar werkelijke innerlijke vrede: met de rauwheid van die werkelijkheid te leren leven. Er is beide: je leven heeft een peilloze diepgang, én er is tegelijkertijd veel pijn en ogenschijnlijke zinloosheid. Misschien is er een betekenis, maar misschien krijgen wij die nooit te weten.

Magisch denken is in essentie heiligschennis. Het is het ontkennen van het werkelijke mysterie, en er eigengemaakte 'afgoden' voor in de plaats zetten. Die afgoden geven ons vertrouwen en steun, maar maken ons ook blind voor de waarheid. Dat is in alle religies verboden, maar wordt desalniettemin ook in alle religies sterk gebezigd.

Lees er Krishnamurti nog maar eens op na, een van de meest rigoreuze leraren op dit gebied: 'Truth is a pathless land'.