"Jij bent niet degene die zo kwetsbaar is, en zo vatbaar voor een aanval dat een simpel woord, een beetje gefluister dat jou niet bevalt, een omstandigheid die jou niet uitkomt of een gebeurtenis die jij niet voorzag, je wereld ondersteboven gooit en in chaos stort. De waarheid is niet broos. Illusies laten haar volkomen onbewogen en ongestoord. Speciaalheid is echter niet de waarheid in jou. Die kan door om het even wat uit het lood worden geslagen. Wat op niets rust kan nooit stabiel zijn. Hoe omvangrijk en opgeblazen ze ook lijkt, ze moet met ieder briesje wel schommelen, draaien en rondtuimelen." (Een cursus in wonderen, p. 520)
Dit fragment gaat over de grote behoefte van de meesten van ons zich speciaal te voelen. Alles lijkt beter dan gewoon te zijn, gelijk aan de anderen. We werken ons in het stof om ons te onderscheiden van de anderen, om 'iemand' te zijn, herkenbaar in de menigte, door uiterlijk, spitsvondigheid, diepzinnigheid, of zelfs door misère. Niets lijkt erger dan een speciale plaats te moeten missen. Hoewel de voorkeur meestal is speciaal te zijn in positieve zin, is het voor sommigen ook een optie speciaal te zijn door uit te blinken in ellendigheid. Alles beter dan het gewone.
De wens speciaal te zijn geeft veel mensen zin aan het leven, iets om je voor in te zetten. Iets van je leven maken. Herinnerd worden. Vanuit egoperspectief is dat ook waar het leven over gaat. Niks mis mee misschien. Anderzijds is het strikt genomen wél een illusie. En bovendien in deze tijd een heilloze onderneming, zelfs om die illusie te voeden. Speciaal zijn is aan inflatie onderhevig. Als iedereen speciaal is, dan is iedereen weer normaal.
Gewoon doen kan ook. Op zoek gaan naar de overeenkomsten, dat wat je bindt. Even niet zo bezig met jezelf.