Als ik de krant lees, dan zie ik vooral strijd en daaruit voortkomend lijden. Strijd kan extreem gewelddadige vormen aannemen, zoals bij bomaanslagen in Irak, of zich beperken tot verbaal geweld in politieke debatten of huiselijke discussies. Ik stel mezelf de naïeve vraag hoe het komt dat mensen vooral in strijd zijn, met elkaar, met 'de concurrent', met hun werk, hun financiële situatie, zelfs met zichzelf, met wie ze zijn, of met hun ambities en verlangens.
Dat wij allemaal vechten komt waarschijnlijk omdat we allemaal iets willen, wat niet zonder slag of stoot gerealiseerd kan worden. Je moet je ervoor inzetten. Iedereen wil wat anders en zo nu en dan doorkruis je met jouw wil de wensen van een ander. Als je doorzet, dan volgt een confrontatie.
Sommige mensen willen erg veel. Vooral wanneer er schaarste is, dreigen zij anderen te verdringen, die zich dan genoodzaakt zien zich te verdedigen. Dat laait de strijd op. Te veel willen leidt tot heftiger strijd dan bescheidenheid. Strijd ontstaat altijd omdat minstens één partij teveel (macht, ruimte, invloed, spullen) wil in de ogen van de andere partij.
Soms is de inzet hoog, zoals wanneer mensen hun levensgebied verdedigen, of hun geliefden tegen aanvallen van buitenaf. Dan wordt strijd oorlog. Maar het principe is steeds hetzelfde: ook terroristen willen iets en zien hun wensen doorkruist. Wat mensen tot het uiterste drijft is ofwel overlevingsdrang, ofwel hun liefde voor iemand of iets.
Kan het ook ánders? Is er een aards bestaan mogelijk zonder strijd, zonder te vechten en te manipuleren om te overleven of om verder te komen? Is het mogelijk je te manifesteren en je wensen te realiseren zonder te strijden? Ik betwijfel dat. In 'iets bereiken' zit per definitie een element van strijd: een discussie over een onderwerp, het halen van een doelstelling, het verdienen van je geld, het verwerven van een marktpositie. Zelfs het bereiken van zelfinzicht en persoonlijke ontwikkeling gaan gepaard met strijd. Wel is 'matiging' misschien mogelijk. Niet teveel willen, rekening houden met de ander, bewustzijn van de motieven die je drijven.
Als je iets wilt bereiken dan is er strijd, het zij zo. De vraag is of iets bereiken en dus strijd voeren de enige optie is die we als mensen hebben. Of er niet ook een alternatief moet zijn op "ik worstel en kom boven".
Dat alternatief is te vinden in de tegenpool van strijd: overgave. Dat betekent het laten zijn zoals het is, je mee laten voeren door de gebeurtenissen, met de stroom mee. Geen moeite meer doen. Overgave vereist op een diep niveau heel veel kracht (een heel andere kracht dan die van de strijder), want je 'afzonderlijke ik' doet zich niet meer gelden. Overgave is egoloos. Maar met alleen overgave is er geen leven. Net zoals er geen leven mogelijk is met alleen strijd.
Zonder donker bestaat er geen licht, zonder negatief geen positief, zonder links geen rechts, zonder lijden geen geluk, en ook zonder strijd geen overgave. Iets bestaat bij gratie van de tegenpool. We kunnen met z'n allen heel goed strijden. Dat hebben we nu wel bewezen. Nu moeten we nog leren ons over te geven, aan de loop der dingen. Misschien worden onze ambities om gelukkig en vervuld te zijn pas dan bereikt, wanneer we de balans tussen strijd en overgave herstellen.