zondag 2 december 2007

Over de jas en de kern

Ze vinden hem een onaangenaam mens. Sarcastisch, venijnig, negatief, afwerend. Zo iemand op een vriendelijke manier benaderen lijkt onmogelijk, niet alleen omdat er niets moois aan die persoon is te ontdekken, maar ook omdat hij anderen aanvalt, raakt of pijn doet. Ze richten zich op zijn buitenkant, wat hij laat zien. Maar het is ook mogelijk zijn venijnigheid te zien als bescherming. Wat beschermt hij dan? Natuurlijk laat hij dat nooit zien, maar zijn felheid doet vermoeden dat er onder zijn bescherming een verwonding of gekwetstheid verborgen zit.

Als je op die manier kijkt, dan zie je ineens geen slecht mens meer, maar een kwetsbaar mens. Een kat in het nauw, die van zich afbijt, die zich bij het minste of geringste aangevallen voelt. Hij ziet de wereld als een plek waar de mensen het slecht met hem voor hebben, niemand is te vertrouwen. Hij heeft die visie door schade en schande geleerd. Eens, misschien al heel vroeg, werd hij gekwetst. Zo heeft hij zijn beeld van de mensen om zich heen gevormd.

Hoe je kijkt maakt wat je ziet. Wat je vroeger - toen je nog open en onschuldig was - geleerd hebt heeft de basis gevormd van hoe je kijkt. Zo ontstond de bescherming. De bescherming bestaat uit je manier van kijken naar de wereld, en het daaruit voortkomende gedrag. In een wereld waar je overtuigd bent van slechtheid van de mensen is het gepast je vijandig te gedragen. Of misschien heb je ervoor gekozen je terug te trekken, te verbergen, of je kleiner te maken dan je bent.

Je bescherming is als een jas die je je hebt aangemeten om de guurheid van je omgeving te kunnen hanteren. Eens was die guurheid er echt, misschien. Je hebt je toen een jas aangemeten die dik genoeg was om je te beschermen. Het is veilig in je jas, ook al beperkt die je bewegingsvrijheid, en ontneemt hij je ook de toegang tot het goede van de buitenlucht. Je hebt eigenlijk nooit meer het weer daarbuiten gecheckt. Of je jas nog wel nodig was. Je hebt het contact verloren, je opgesloten in jezelf, afgeschermd van de wereld, beschermd maar geisoleerd. Iets in je is overtuigd dat het nog altijd is zoals het toen was.

Het is tijd om je jas los te maken. Als je de moed hebt dat te doen, dan merk je, dat de altijd al aanwezige warmte van jouw kern, die daaronder verscholen zat, onmiddelijk vrijkomt. Je blijkt inspirerend te kunnen zijn, als je je maar niet zo beschermt. De wereld blijkt minder vijandig te zijn dan je dacht, als je je maar niet zo beschermt.

Hoe je kijkt maakt wat je ziet. Als je anders leert kijken, ga je andere dingen zien. Helaas moet jij de eerste stap zetten: eerst de bescherming laten zakken, nog voordat je zeker weet dat het kan zonder gekwetst te worden. Dat vraagt veel moed, maar levert ook veel op.