Mensen die zich veel bezighouden met persoonlijke ontwikkeling kennen de waarde van loslaten. Het ophouden met vechten. Leren zien dat je alleen maar vecht omdat je niet kunt accepteren wat er is. Hoe kan het gevecht met wat er is dat wat er is veranderen? De waarheid verandert niet maar jij misschien wel. Als je niet uitkijkt, raak je verhard in de strijd.
Voor sommigen is het makkelijker te strijden dan te accepteren wat er is. In de strijd vind je dan betekenis. Steevast ontkennen is ook een manier om je leven te leven, en veel mensen bereiken daar heel veel mee. Menig spiritueel mens keurt dat af als een minderwaardige levensvorm, en richt zich op het overstijgen van het ego, het loslaten van het aardse.
Dat is allemaal erg verantwoord. Maar wie het uitsluitend laat bij het overstijgen van het ego is weinig dynamisch. Het is misschien heel sereen en rustig, maar wij mensen willen meer dan alleen sereniteit. Paulo Coelho zei eens dat het een misvatting is dat wij mensen naar harmonie streven. Dan zou de dood het hoogste ideaal zijn, en het leven minderwaardig. In de dood is er geen enkele strijd meer. In het leven is er strijd en disharmonie. Zonder disharmonie geen leven.
De meesten van ons willen beide: accepteren van wat je gegeven is, én creëren wat er nog niet is. Die laatste wens vereist dat je meer wil dan wat er is. Je kúnt niet creëren zonder verlangen naar iets nieuws. Je identificeren met je kern, je hogere zelf, geeft sereniteit maar ook stilstand; je identificeren met je ego geeft onrust maar ook creatiekracht. En zo belandden wij in de dualiteit van het leven.
Als je rust vindt in je onrust, heb je ook rust. Wil je wat bereiken, dan is er onrust, twijfel, ongedurigheid, verlangen. Die houden je gaande. De opgave lijkt, te creëren vanuit acceptatie van wat er is, mét de wens tot vernieuwing. Geen vernieuwing uit onvrede met wat er is, maar vernieuwing vanuit een zuiver verlangen. Leren te leven met je onrust.
zie ook een eerder artikel over hetzelfde onderwerp.