Het zijn vaak juist zij die de meeste hebben meegemaakt die het hardst hun best doen om dingen te bereiken. Veel zogenaamde 'high potentials' zijn mensen die van kleins af aan hebben meegekregen dat erkenning alleen verkrijgbaar is tegen een hoge prijs van buffelen en presteren. Het presteren is geen intrinsieke keuze maar een 'moeten'. Er is een diep gevoelde leegte te vullen. Natuurlijk zijn er ook mensen die veel bereiken vanuit inspiratie. Levenskracht. Gewoon omdat het heerlijk is om iets te creëren. Je zou dat een goddelijke vonk kunnen noemen, scheppingskracht.
De wereld van organisaties, werk, hiërarchische strukturen in overheid en bedrijfsleven beschouwend, kom ik tot de conclusie dat veel 'neergezet' wordt niet vanuit scheppingskracht, maar om leegte te vullen. Dan zie je managers die afhankelijk zijn van hun status om zich goed te voelen over zichzelf, en experts die hun kennis inzetten om erkenning of macht te verwerven en zich zo minder kwetsbaar te voelen. Veel van onze organisaties zijn zo gebouwd. Ze zijn ontstaan vanuit een gevoel van leegte en niet vanuit een gevoel van overvloed. Je ziet het door hun interne structuren gericht op controle, en hun externe strategieën gericht op overleven en overwinnen. Het heeft ertoe geleid dat - in die organisaties - zij die deze realiteit het beste kennen het verste komen. Zij die het hardst bereid zijn te vechten, en daarvoor de meest heftige middelen durven in te zetten, juist zij blijken voor de hoogste posities het meeste de ruimte te krijgen. Het heeft geleid, bijvoorbeeld in de bankwereld, tot een top die hebzuchtig is, en die een heel maatschappelijk systeem aan het wankelen heeft gebracht.
Ik vraag mij af: hoe kan het dat deze topmanagers nog praten over geld als het over dergelijke bedragen gaat? Gaat dit nog over geld of over een onstilbare honger naar iets dat vanuit een andere, diepere laag komt? De topmanagers zelf spreken onder andere over hun marktpositie. Misschien zijn zij bang niet meer serieus genomen te worden als ze het voor zeg € 800,000,-- ook willen doen. En juist dat bewijst dat dit niet over geld gaat maar over ego, status, die dunne laag, die wat daaronder zit moet verbergen.
Ik heb een vast geloof in het evenwicht tussen het zichtbare en het verborgene: naarmate het zichtbare uitgesprokener is, is het verborgene dat ook, maar in de andere richting, als twee polen die elkaar in evenwicht houden. Naarmate afhankelijkheid van status groter is, is de diepliggende onzekerheid die daaronder zit ook groter.
Ik zag een bord tijdens de recente G20 demonstraties in Londen. Het zei: "Capitalism isn't working!" Een boeiende en ook hoopgevende visie. Hoopgevend omdat eindelijk enkele mensen de beperkingen lijken te zien van onze religie van geld en succes. Misschien kan het wel werken, maar niet vanuit angst en vanuit de compensatie van een gevoel van innerlijke leegte of schaarste. Ik geloof dat het wel kan vanuit scheppingskracht. Dat levert organisaties op die geloof hebben in duurzaamheid, die willen bijdragen, iets moois maken, die zakendoen niet zien als oorlogvoering maar als gezamenlijk iets moois creëren. Hopelijk stimuleert de huidige crisis deze visie.