zaterdag 21 augustus 2010

Zweverig

In mijn begeleidingswerk met managers en professionals kom ik, vooral aan de start, vaak een afkeer van 'het zweverige' tegen. Begrijpelijk, want managers moeten concrete resultaten bereiken, die bijdragen aan de doelstellingen van het bedrijf, of concrete belemmeringen uit de weg werken, die diezelfde doelstellingen in de weg staan.
Vanwaar die weerzin tegen het zweverige? Daarnaar gevraagd, is een veel gehoord argument dat zweverige onderwerpen weinig concreet zijn, en dus niet relevant. Moeilijk vast te pakken en daarom roepen ze een onzeker gevoel op. Dat gevoel van onzekerheid wordt zelden gedeeld; eerder wordt gesteld dat zweverige onderwerpen irrelevant zijn voor het bereiken van resultaten. De werkelijke reden voor het ongemak om over het zweverige te praten lijkt echter zelden te gaan over de relatie met resultaat, maar meestal wel over de relatie met kwetsbaarheid. Praten over werk en wat je daarin doet is prettig afstandelijk en veilig. Praten over wat je werkelijk bezighoudt is heel dichtbij en kwetsbaar. Het vraagt vaak een vriendelijke uitnodiging en soms een stevige confrontatie om toch die weg in te slaan. Eenmaal ingeslagen, blijkt die weg voor veel mensen de juiste.

Ik vind mijzelf, werkende in groepen aan de (persoonlijke) effectiviteit van de deelnemers en hun organisaties, vaak in gesprek over familierelaties, kinderen, vrienden en liefdes, ruzie en verwijdering en het verlangen naar verbinding, harmonie en rust daarin. Soms gaat het over een pijnlijke relatie in het werk. En ik merk dat zij, wanneer zij stappen nemen op die gebieden en zo vorm geven aan hun verlangen, effectiever worden in hun werk.

'Het zweverige' blijkt dan een noodzakelijke bedding voor het concrete te zijn. Datgene wat wij in het 'echte leven' belangrijk vinden geeft de nodige basis en kracht om te kunnen functioneren in de 'concrete' organisatiewereld van strategieen, targets, en competenties. Zonder het contact met onze fundamentele waarden, die misschien geen duidelijk rechtstreeks verband houden met werk, raakt werk leeg en betekenisloos. De verbinding met de basis geeft toegang tot iets groters, wat kracht, focus, energie en betekenis brengt in wat je doet. Het aangaan van het niet-concrete of niet onmiddellijk relevante biedt een belangrijke pad naar het concrete resultaten.

Helaas wordt dit vaak vergeten. Veel trainingen en consultancies laten zich liever direct leiden door de vragen van de klant naar concreetheid en relevantie, of praten teveel mee in de cultuur van de klant. In hun commercialiteit durven zij het niet aan de klant uit te dagen, want die zou kunnen afhaken. De professionaliteit van de trainer, coach of adviseur gaat er óók over, op overtuigende wijze de vertaling te kunnen maken naar werkelijke problemen. Wat zijn achterliggende redenen voor een gebrekkige verbinding tussen collega's, het uitblijven van resultaten, problemen in de organisatiestructuur, een gebrekkige concurrentiepositie, stress, burnout en ziekte in de organisatie, onvoldoende relatie tussen management en medewerkers, onvoldoende voeling met een collectieve ambitie, etcetera?

Maar niet alleen de trainer, coach of adviseur, maar ook 'de klant' heeft hier een verantwoordelijkheid. Organisaties en de individuen die daar werken zouden bereid moeten zijn in alle eerlijkheid te onderzoeken wat moet gebeuren om hun situatie te verbeteren. De moed hebben zich kwetsbaar op te stellen, ook naar elkaar toe. Werkelijke verandering gaat altijd gepaard met het loslaten van het oude, en daarbij hoort onzekerheid en een tijdelijk gevoel van verminderde controle. Verandering en groei zijn zelden alleen maar inspirerend en 'leuk'.